Wel pluis?

Een van de leukste dingen aan taal is dat ze niet logisch is. In de wiskunde staat tegenover elke plus een min, maar in de taal is dat niet zo. Dat laat zich illustreren aan de hand van de uitdrukking: 'Het is daar niet pluis'. Probeer daar maar eens een positieve draai aan te geven. Dat lukt niet: 'Het is daar wel pluis' is geen goed Nederlands. Hooguit kun je zeggen: 'Ik weet niet of het daar wel pluis is', maar dan is de context van het geheel toch weer een negatieve.

Nu staat 'niet pluis' er gelukkig niet alleen voor. Het Nederlands kent wel meer uitdrukkingen die je alleen met een ontkenning kunt gebruiken. 'Hij bakt er veel van' hoor je nooit, net zo min als je van iemand kunt zeggen dat die 'bijster intelligent' is of dat hij 'een blad voor zijn mond' neemt. 'Negatief-polaire uitdrukkingen' worden zulke constructies in de taalkunde wel genoemd met een term die veel beschrijft maar weinig verklaart. Maar misschien moet je ook niet alles willen verklaren.

Het bijvoeglijk naamwoord 'pluis' heeft trouwens nog een paar eigenzinnige trekjes. Je kunt het niet voor een zelfstandig naamwoord zetten ('het niet pluise huis') en het vormt ook geen trappen van vergelijking met een achtervoegsel ('het is daarginds niet pluiser dan hier'). Mensen die vinden dat taal altijd logisch moet zijn, zullen dit woordje dus lang niet pluis vinden.