Het Nederlands door de ogen van vluchtelingen

Dit artikel door Sterre Leufkens is tot stand is gekomen met medewerking van VluchtelingenWerk Nederland.

Welkomstcultuur, vluchtelingenhek, asielmigrant, zeevluchteling: het Nederlands heeft er dankzij de recente stroom vluchtelingen een aantal woorden bij gekregen. Hoe kijken vluchtelingen zelf naar taal? Hoe is het om Nederlands te leren? Wat vinden ze mooi aan de Nederlandse taal?

Nederlands leren
Ruth, Arminak en Lisitan begonnen met Nederlands leren toen ze nog in een azc verbleven. De lessen daar waren leuk, maar een uur per week was nog niet genoeg om de taal goed te leren. Na het krijgen van een verblijfsvergunning begon dus het échte studeren. Een vreemde taal leren is ontzettend moeilijk, zeker als die erg verschilt van je moedertaal. Ruth, die als moedertaal Tigrinya heeft (de taal van Eritrea), heeft vooral moeite met lange Nederlandse woorden, zoals woningbouwvereniging. ‘Ik moet ze echt wel tien keer horen voordat ik ze kan uitspreken of onthouden.’ Lisitan spreekt van huis uit Oeigoers, een taal die een beetje op Turks lijkt. Zij vindt vooral de Nederlandse grammatica lastig, omdat de regels zo veel uitzonderingen kennen. Wat ook lastig is, is dat Nederlanders onbedoeld niet altijd even behulpzaam zijn bij het leerproces. Arminak legt uit: ‘Nederlanders willen dat je goed en netjes leert praten, en dat je moeilijke woorden leert. Als je een simpele vraag stelt, geven ze dus meteen moeilijke antwoorden. Maar daardoor snap je het niet altijd, als beginner.’

Kinderen
Ruth en Lisitan komen maar weinig met het Nederlands in aanraking. Ze zijn veel thuis en spreken daar hun moedertaal. Ze willen heel graag een opleiding doen, zodat ze meer Nederlands kunnen oefenen. Lisitans oudste kind zit nu in groep twee, en dat helpt: ‘Door het contact met de juf leer ik de taal ook een beetje beter.’ Voor de kinderen is het sowieso makkelijker om Nederlands te leren. De dochter en zoon van Arminak spreken het inmiddels vloeiend. Ze hebben zelfs het dialect van Dalfsen geleerd: ‘Straks vergeet mijn zoon nog dat het huis is in plaats van huus!

Binnengevoel
Arminak werkt als fluitleraar en dirigent. ‘Wat ik soms mis is dat ik echt mijn “binnengevoel” uit kan drukken’, vertelt hij. ‘Mijn Engels is beter, omdat ik vroeger drie jaar in Londen gestudeerd heb. Ik kan met iemand even een sigaretje paffen, en als hij dan vraagt “How do you feel?” dan zeg ik: “I’m feeling blue”. Maar wat is “blue” in het Nederlands? Het is niet helemaal hetzelfde als “verdrietig” of “melancholisch”. Dus zo makkelijk als in het Engels, of in mijn moedertalen Irakees en Armeens kan ik me niet uiten.’ Gelukkig is de Nederlandse taal niet alleen een struikelblok, maar vinden ze het ook een mooie taal. Arminak geniet van woorden met veel g’s, zoals goedemorgen en grappig. Irakees en Armeens hebben die klank ook, dus hij heeft in tegenstelling tot veel anderstaligen geen probleem met de uitspraak ervan. Lisitans favoriet is lekker: ‘Dat kun je voor alles gebruiken, van het eten tot het weer’, lacht ze. De drie zijn het erover eens dat het leren van Nederlands ontzettend belangrijk is. Want hoe andere mensen je zien, hangt af van taal. Arminak: ‘Door taal ken je de identiteit van mensen. Ook als je me niet kunt zien, kun je door de taal toch weten wie ik ben. Als ik opeens Engels ga praten denk je: wat gebeurt er? Wie is dit? De identiteit van de mens wordt gebouwd in taal. Daaruit blijkt wie je écht bent.’

Sterre Leufkens, co-auteur van het boek Het Taaljaar 2016.

Verkrijgbaarheid
Het Taaljaar 2016 is vanaf 1 december 2016 verkrijgbaar via de reguliere (online)boekhandel en in de Van Dale-webwinkel. 120 pagina’s | € 15 | ISBN: 9789460773242. Bekijk hier het inkijkexemplaar.