Taalontwikkeling in beeld: duurzaamheid door de eeuwen heen

Een woordenboek is nooit af. Er komen voortdurend nieuwe woorden en uitdrukkingen bij, en de betekenis van bestaande woorden verandert. Een goed woordenboek weerspiegelt die veranderingen. Dat laat zich mooi illustreren aan de hand van het woord 'duurzaam'.

In de vijfde editie van de Dikke Van Dale (uit 1914) wordt 'duurzaam' omschreven als 'geschikt, bestemd om lang te duren'. Als voorbeeld wordt gegeven 'deze stof is zeer duurzaam', wat betekent 'kan lang mee'. Nu maken we een sprong in de tijd. Op NOS Teletekst staat op 22 oktober 2016 een bericht 'Meer duurzaam voedsel verkocht'. Uit de tekst blijkt dat het niet gaat om levensmiddelen die lang houdbaar zijn, maar om vlees, groenten en zuivel die zijn geproduceerd op een manier die het milieu ontziet. Met de Van Dale uit 1914 was je hier niet uitgekomen, maar met de vijftiende editie (2015) wel, want daar staat bij 'duurzaam' de extra betekenis waarnaar we op zoek zijn: 'zo min mogelijk grondstoffen verbruikend; gebruikmakend van herwinbare bronnen'.

Die moderne betekenis van 'duurzaam' is zo prominent geworden dat de oorspronkelijke betekenis 'lang houdbaar' een beetje dreigt onder te sneeuwen. Wat je soms op het verkeerde been zet. Over de herinrichting van een recreatieterrein lezen we op internet: 'De werkzaamheden bestaan uit de reconstructie van paden. Deze worden vervangen door betonpaden. Dit materiaal is duurzaam, vraagt weinig onderhoud en gaat dus lang mee.' Duurzaam beton. Heel wat mensen zullen nu onwillekeurig geneigd zijn te denken: hé, dat is dus blijkbaar goed voor het milieu, dat beton. En misschien is dat wel precies de associatie die de schrijver bij ons wil opwekken.