middelhuur

25-05-2018 - Woord van de Dag - Van Dale Uitgevers

middelhuur

De Volkskrant schrijft vandaag over hoe de plannen van het nieuwe stadsbestuur van Amsterdam uitpakken voor huurders. De coalitiepartijen in de hoofdstad zijn het onder meer eens geworden ‘over de verhouding tussen de sociale huurwoningen en de “‘middelhuur” in de … Lees verder

De Volkskrant schrijft vandaag over hoe de plannen van het nieuwe stadsbestuur van Amsterdam uitpakken voor huurders. De coalitiepartijen in de hoofdstad zijn het onder meer eens geworden ‘over de verhouding tussen de sociale huurwoningen en de “‘middelhuur” in de stad’:

Nu is iedereen tevreden over het voornemen extra sociale huurwoningen bij te bouwen en daarnaast het aantal middeldure huurwoningen in de stad (met een huur tot 971 euro per maand) tot 2025 bijna te verdubbelen.

De krant schrijft middelhuur tussen aanhalingstekens, wat erop duidt dat het als een nieuw of nog onbekend woord wordt ervaren. Nieuw is het woord echter niet, relatief onbekend is het wel. Daarom staat middelhuur nog niet in Van Dale. Evenmin als het bekendere synoniem middenhuur, dat al wat langer bestaat, maar pas in 2018 écht courant is geworden. Dat verdient trouwens wel meteen een plaatsje in het woordenboek.

Middelhuur en middenhuur vindt u misschien maar prozaïsche, zelfs wat saaie woorden, maar in feite gaat er een hele wereld achter schuil. Bovendien: saaie woorden vormen de ruggengraat van onze taal.

Middel– en middenhuur kun je parafraseren als middelhoge huur, maar in de media wordt er meestal iets anders mee bedoeld: de gezamenlijke woningen oftewel het woningsegment met een middelhoge huur. Op vergelijkbare wijze wordt de woordgroep sociale huur gebruikt ter aanduiding van het segment huurwoningen (van woningcorporaties) die beschikbaar zijn voor mensen met een bepaald maximuminkomen en die volgens bepaalde richtlijnen worden toegewezen, kortom de sociale huurwoningen. Voor datzelfde woningsegment wordt ook wel de uitdrukking lage huur gebruikt. Daartegenover staat het segment vrije of ook wel hoge huur: het segment woningen in de vrije huursector, dat wil zeggen de huurwoningen die zich onttrekken aan het woningtoewijzingsbeleid van woningcorporaties en overheden.

Dat politici en overheden over die segmenten spreken in termen van lage/sociale huur, hoge/vrije huur en middel-/middenhuur in plaats van het segment sociale huurwoningen, het segment middelhoge huurwoningen en het segment vrije huurwoningen, komt door onze aangeboren neiging tot taaleconomie: het verlangen van veel taalgebruikers om zo beknopt mogelijk met elkaar te communiceren.

Definitie

middelhuur (de, g.mv.) 1 middelhoge huur 2 de gezamenlijke woningen in het middensegment, waarvan de toewijzing niet plaatsvindt door woningcorporaties

 

 


identiteitsjournalistiek

24-05-2018 - Woord van de Dag - Van Dale Uitgevers

identiteitsjournalistiek

‘I’ve heard of identity politics but identity math, that’s new’, schreef een Amerikaanse twitteraar een maand geleden (23 april 2018). Ook in het Nederlands kennen we nog geen identiteitswiskunde. Noch identiteitswetenschap, identiteitssociologie of identiteitsantropologie. Maar wel identiteitspolitiek: politiek waarbij partijen … Lees verder

‘I’ve heard of identity politics but identity math, that’s new’, schreef een Amerikaanse twitteraar een maand geleden (23 april 2018). Ook in het Nederlands kennen we nog geen identiteitswiskunde. Noch identiteitswetenschap, identiteitssociologie of identiteitsantropologie. Maar wel identiteitspolitiek: politiek waarbij partijen het culturele (etnische, religieuze e.d.) belang van de eigen achterban laten prevaleren boven het algemeen belang en de maatschappelijke samenhang die in de traditionele partijpolitiek centraal staat of hoort te staan.

Het eerste deel van dat woord identiteitspolitiek zou de komende jaren weleens heel productief kunnen worden. Zo reageert Tom-Jan Meeus vandaag in zijn column in NRC onder de kop ‘Pijnlijk misverstand: identiteitsjournalistiek’ op het recente bericht dat ‘voorname nieuwsorganisaties meer “journalisten van kleur” willen aantrekken’.

Een verstandige man als Harm Taselaar, hoofdredacteur van RTL Nieuws, noemde dit ‘journalistiek noodzakelijk’. We zijn ‘geen blanke samenleving mee’, redeneert hij, dus met alleen ‘blanke, westerse ogen’ kan zijn redactie niet goed meer zien wat er gaande is.

Meeus is het daar niet mee eens. Hij vindt het ‘een pijnlijk misverstand dat mensen beter over een bepaalde groep kunnen rapporteren als ze er deel van zijn (geweest)’:

Dan kun je Groningers pas echt begrijpen als je Groninger bent. Chinezen als je Chinees bent. Maar een verslaggever hoort niet zijn eigen wereld als maatstaf te nemen, een verslaggever moet zijn wereld vergroten.

Meeus ziet dan ook geen enkel voordeel in wat hij identiteitsjournalistiek noemt:

Het naoorlogse ideaal was dat mensen op hun talent werden beoordeeld, ongeacht hun afkomst.

Het woord identiteitsjournalistiek is overigens niet helemaal nieuw. Zo gebruikte de Belgische krant De Morgen het in 2011 al eens in een net iets andere betekenis. Zijn mediadebuut maakte het woord identiteitsjournalistiek echter al in 2005. Toen tekende Trouw uit de mond van de toenmalige mediadirecteur van de KRO op dat de omroep zich wilde gaan

profileren met programma’s die betekenis hebben voor de samenleving. Ik noem dat identiteitsjournalistiek. Niet alleen signaleren, maar bijdragen aan oplossingen van maatschappelijke problemen.

Geëngageerde journalistiek dus, maar daarmee tevens journalistiek die algauw op gespannen voet staat met het journalistieke adagium facts are sacred (but opinions are free).

Zulk engagement is ook inherent aan de identiteitsjournalistiek waar Meeus het over heeft. Meeus stelt hem niet, maar zijn artikel roept wel meteen de vraag op: hebben we eigenlijk niet al meer dan genoeg aan de identitaire burgerjournalistiek (identiteitsburgerjournalistiek?) op de sociale media?

Meeus meldt tussen neus en lippen door dat identiteitsjournalistiek niet op zichzelf staat. Ook elders in de maatschappij wordt tegenwoordig een groot belang gehecht aan (etnische, religieuze, kortom culturele) identiteit:

We zien het in bedrijven, overheden, op universiteiten: de meritocratie, selectie op basis van verdienste, verliest het overal van diversiteit, selectie op basis van identiteit.

Als deze ontwikkeling doorzet, zullen we binnenkort naast identiteitspolitiek en identiteitsjournalistiek in onze taal ongetwijfeld ook woorden als identiteitsmarketing, -sociologie, -filosofie, -filologie en – de hemel verhoede het – identiteitswiskunde en identiteitslogica mogen verwelkomen.

Als zulke woorden inderdaad ontstaan – én gangbaar worden – dan is er in elk geval géén identiteitslexicograaf nodig om ze te beschrijven: de lexicografie – het ambacht van het woordenboeken maken – is namelijk neutraal en de lexicograaf registreert slechts wat de taalgemeenschap – ook de diverse taalgemeenschap – aan taalvormen produceert. Een woord als identiteitslexicografie is – als het goed is – dan ook onbestaanbaar.

Definitie

identiteitsjournalistiek (v, g.mv.) journalistiek waarbij behalve de duiding van het nieuws ook de selectie en beschrijving van nieuwsfeiten mede bepaald wordt door de culturele (sociale, religieuze, etnische) achtergrond van de journalist(en)