WVDD: klei-op-veendijk

Alleen al vanwege de spelling is klei-op-veendijk een interessant woord. Het blijkt namelijk meestal verkeerd gespeld te worden, wat een indicatie kan zijn dat we met een nieuw woord te maken hebben. Zo schrijft De Telegraaf vandaag:

Op de wateren Enkele en Dubbele Wiericke vaart sinds enkele dagen een sproeiboot rond die de zogeheten klei-op-veen-dijken nat houdt. De droogte is zo groot dat het waterschap Stichtse Rijnlanden beducht is op instortingsgevaar van de dijken.

Vanuit het oogpunt van spelling lijkt klei-op-veendijk op het ingeburgerde woord lik-op-stukbeleid, dat volgens de Woordenlijst en Van Dale zonder streepje vóór beleid geschreven moet worden. Naar analogie daarvan moet klei-op-veendijk zonder streepje voor dijk worden gespeld.

Klimaatwoorden

Dat gezegd hebbende, moeten we het maar eens hebben over de relevantie van klei-op-veendijk. Dat woord is een samenstelling die de laatste jaren nu en dan, alleen in periodes van langdurige droogte, opduikt in de media. Misschien kunnen we klei-op-veendijk een klimaatwoord of klimaatneologisme noemen: een nieuw woord dat of een vakterm die als gevolg van de klimaatverandering in de omgangstaal doordringt.

De laatste tijd zijn er veel van zulke klimaatwoorden. Je zou de exuberante toename van de klimaatwoorden in onze taal kunnen beschouwen als een indicatie dat klimaatverandering niet alleen in het centrum van de aandacht staat, maar inmiddels ook een onomstotelijk feit is. In zekere zin is de toename van het aantal klimaatwoorden in onze taal te beschouwen als een lexicale klimaatkanarie.

Klimaatkanarie? Letterlijk wordt daar een dier mee bedoeld, bv. de ijsbeer, waarvan het na­de­ren­de ver­dwij­nen of uit­ster­ven duidt op kli­maat­ver­an­de­rin­g. Maar als we een ijsbeer al een kanarie kunnen noemen, is het niet zo gek om de toename van de klimaatgerelateerde woorden figuurlijk ook als klimaatkanarie te betitelen. Toch?

Nederlandse dijken

Maar dit terzijde, wat is een klei-op-veendijk eigenlijk? De klei-op-veendijk is iets anders dan een waterkering van veen (een veendijk of veenkade), zoals u die wellicht nog kent van een nieuwsfeit uit 2003, toen zo’n dijk bij Wilnis ging schuiven als gevolg van uitdroging in een langdurig droge periode. Veendijken zijn ontstaan door turfwinning, waarbij veengrond werd afgegraven, of door ontwatering van veengronden via boezems, waarbij de ontwaterde veengronden inklonken en lager kwamen te liggen dan de boezems, waarvan de oevers (kades) uit veen bestaan.

Een klei-op-veendijk daarentegen is een dijk die gevormd is van rivier- of zeeklei en die op een ondergrond van veen rust. Veel ingewikkelder kunnen we de omschrijving niet maken. Nou ja, we kunnen er nog een kenmerk van beschrijven: als de klei tijdens langdurige periodes van droogte uitdroogt, kunnen er barsten en scheuren in de dijk komen. Veel dijken in Nederland zijn klei-op-veendijken, omdat in grote delen van Nederland er eerst veen is gevormd, dat later overspoeld is door bijvoorbeeld rivieren die er klei op hebben afgezet, waarmee vervolgens dijken zijn aangelegd.

Naast klei-op-veendijken zijn er klei- en zanddijken. Je zou misschien denken dat een zanddijk ‘als los zand aan elkaar hangt’, maar dat is niet het geval: zand is weliswaar een beweeglijk sediment, maar het beweegt veel minder wanneer je het verdicht door er water uit te halen, bv. door het zand goed aan te stampen. Als het water er eenmaal uit is, kan zand niet meer verdrogen (en neemt het ook niet gemakkelijk water op). Veel oude kleidijken (waarvan het dijklichaam uit klei bestaat) rusten uiteindelijk op een (aangestampte) zandbodem en zijn mede daardoor extra stevig. Opmerkelijk is dat hiervoor nooit het woord klei-op-zanddijk wordt gebruikt.

Definitie

klei-op-veendijk

(m, -en) kleidijk die aangelegd is op een ondergrond van veen

Ton den Boon, hoofdredacteur Dikke Van Dale

Het Woord van de Dag (#WVDD) wordt mede mogelijk gemaakt door Taalbank.nl. Dit artikel is ook te vinden op de website van Taalbank.nl.